Techkwadraat Haaglanden en Sterk Techniekonderwijs Haaglanden (STOHA) werken samen onder de naam HA!Tech. Programmamanagers Janna (Techkwadraat) en Janke (STOHA) hebben dezelfde doelen, maar werken elk vanuit de ambities van hun eigen programma. Een gesprek over hotspots, schaakspellen en de lange adem van samenwerken.
Wie Janna vraagt wat HA!Tech in één zin doet, krijgt meteen een antwoord: “Wij willen het voor alle kinderen in de regio Haaglanden mogelijk maken om technische en technologische vaardigheden op te doen, zodat ze goed voorbereid zijn op de toekomst.” Janke vult aan dat ‘techniek’ daarbij breed moet worden opgevat: “Het gaat erom dat zoveel mogelijk jongeren kennismaken met techniek en technologie en zich erop oriënteren. En dan echt in de breedste zin van het woord. Dat kan ook zorg en technologie zijn, of economie en technologie.”
Twee programma’s, elk in een andere fase
De twee programma’s hebben dezelfde ambitie, maar staan op een ander punt. Sterk Techniekonderwijs bestaat langer en heeft al veel neergezet. Janke: “Onze activiteiten bouwen op elkaar voort. Eerst oriënteer je je: wat is techniek eigenlijk? Daarna maak je er echt kennis mee, bijvoorbeeld door een proefje te doen. En dan komt de stap waar wij fors op inzetten: het leren ín techniek. STOHA was bedoeld om het technisch onderwijs te versterken, te innoveren en te verduurzamen, omdat de instroom in de harde techniekprofielen sterk terugliep.”
Techkwadraat zit volgens Janna nog in de startfase. “Ik ben nog veel bezig met het bekendmaken van het programma en samen met de scholen aan het bedenken bij welke activiteiten aan te sluiten. STOHA kan al meer loslaten en aan de scholen overlaten.” Ook de aanpak verschilt. “Bij Techkwadraat is het uitgangspunt dat je via samenwerking tot iets komt. Bij STOHA zijn er al heel mooie activiteiten neergezet. Wij kijken hoe we dat kunnen verbinden. Het gaat er niet om dat er per se iets nieuws bedacht wordt, maar hoe we het kunnen opschalen, verbreden of verdiepen.”
Hotspots voor de hele buurt
Op dat punt komen de programma’s mooi samen. Janke is trots op wat er in de regio staat: “Alle scholen met harde techniekprofielen hebben prachtige techniekhotspots. En ook de mavo-, tl- en gl-scholen hebben mooie technieklokalen. Als ik in andere regio’s kom, zijn ze blij dat hun mavo-scholen aanhaken. Bij ons is dat al zo sinds 2019. Dat vergeten we weleens.”
Op die basis bouwt Techkwadraat voort. Volgens Janna gaven een aantal vo-scholen aan dat ze klaar zijn om ook leerlingen uit het basisonderwijs te ontvangen. “Met middelen van Techkwadraat zijn zij daarmee aan de slag gegaan. Dat gebeurt kleinschalig, echt in de eigen buurt, en ik zie het op steeds meer plekken in de regio ontstaan.” Voor basisscholen is het zo een laagdrempelige manier om met techniek aan de slag te gaan, als onderdeel van hun lesprogramma. “Het is niet alleen een bezoek aan een workshop: er horen een voorbereiding en een nagesprek bij, dus het staat in hun eigen context. En daarna kun je verder bouwen: als dit bevalt, kunnen we dan ook in andere leerjaren meer aandacht aan techniek en technologie geven?”

Het belang van doorstroom
Aan de kant van STOHA ligt de nadruk op doorstroom. Janke noemt de trajecten met de metaalopleidingen als voorbeeld. Vmbo-leerlingen doen daar op hun eigen school al een proeve van bekwaamheid. “Daarvoor krijgen ze een certificaat dat recht geeft op een vrijstelling op het mbo. Dan denken ze: ik ben gek als ik iets anders ga doen.” Minstens zo waardevol vindt ze het netwerk dat daardoor ontstaat. “Vmbo- en mbo-docenten gaan met elkaar in gesprek. Eerst op directieniveau over wat we willen, daarna op docentniveau over wat goed is voor de leerling.”
Dit schooljaar start een project autoschadeherstel, samen met Claudia Heere, directeur van de School voor Autotechniek en Mobiliteit van ROC Mondriaan. “Die praktijkruimtes hebben vmbo-scholen zelf niet”, vertelt Janke. “Leerlingen van drie verschillende scholen komen één dag of middag per week, samen met hun docenten. We hebben het samen ontwikkeld, een kleine pilot gedraaid en nu gaat het echt van start.”
Samenwerken is zoeken
Samenwerken tussen scholen vraagt tijd, heeft Janna het afgelopen jaar gemerkt. Het oorspronkelijke idee van Techkwadraat was dat scholen en besturen in projectgroepen samen iets zouden ontwikkelen, bijvoorbeeld meer praktijk in de techniekles in de onderbouw van het vo (havo/vwo). In de praktijk bleek dat anders te werken. “Scholen komen graag naar een inspiratiesessie. Maar samen in een projectgroep aan een project werken is lastiger.Scholen hebben hun eigen doelstellingen, zitten in een verschillende fase van hun techniekonderwijs en willen er een schooleigen project van maken.”
Ze vindt dat soms zonde. “Als er al tien workshops op tafel liggen, hoeven twee nieuwe scholen niet opnieuw alles zelf te bedenken. Maar we laten het nu eerst klein gebeuren en kijken daarna waar we dingen kunnen verbinden.” Ook scholen onder hetzelfde bestuur weten elkaar niet altijd te vinden. “Daar kun je als programmamanager echt van toegevoegde waarde zijn. Dan komt de vraag: weten we eigenlijk wel wat er op school X of Y gebeurt? Het is bijvoorbeeld zonde als een school drones wil aanschaffen en een eigen programma schrijft, terwijl een andere school dat al heeft.”
Janke ziet de samenwerking op docent-, directie- en bestuursniveau groeien. STOHA laat scholen zelf kiezen hoe ze instappen. “Je kunt kartrekker zijn van een onderwerp, meedenken in de ontwikkelgroep, als pilotschool meedraaien, of wachten tot iets kant-en-klaar is. Een school bepaalt steeds zelf: daar ben ik nog niet aan toe, of daar heb ik de mensen niet voor, dus ik stap zo in. Dat is helemaal oké.”
Van schaakstukje naar schaakspel
In de regiovisie staat dat het aandeel meiden in de vmbo-techniekopleidingen gemiddeld rond de 8 procent ligt en dat jongeren met een migratieachtergrond achterblijven. Janna is daar open over. “Ik kán er heel bewust mee bezig zijn, maar het leeft nog niet bij alle scholen. Op sommige scholen zijn ambassadeurs die het wel heel bewust doen. En eerlijk gezegd ben ik ook nog zoekende hoe je het vorm kunt geven. Het is soms al een stap om überhaupt het gesprek over techniek te voeren.”
In Den Haag Zuidwest, een cultureel diverse wijk, werkt Techkwadraat samen met het Museumlab van Museon-Omniversum. “Zij kijken heel bewust hoe ze jongeren uit de wijk in aanraking brengen met hun talenten, ook op technisch gebied”, zegt Janna. “We hebben een projectaanvraag goedgekeurd waarmee zij dat samen met scholen in de omgeving gaan doen.”
Janke heeft vanuit het mbo duidelijke ideeën over wat werkt. “Veel jongeren denken dat techniek ingewikkeld is. Het is belangrijk om ze een positieve ervaring te geven en te laten merken dat ze iets kunnen. Ze willen ook weten wat het bijdraagt. Bij metaal frezen leerlingen bijvoorbeeld één schaakstukje. Dodelijk. Maar zeg je: we maken samen een heel schaakspel en dat zetten we in de kantine, dan wordt het al heel anders.”
Ook het lesmateriaal speelt een rol, legt ze uit. “Veel boeken zijn door mannen geschreven, met veel instructietaal: doe dit, pak dat. Meiden denken meer probleemoplossend. Ze beginnen klein, testen en bouwen dan verder. VHTO heeft daar veel goede didactische handvatten voor. Het is ook belangrijk om aan te sluiten bij de leefwereld van leerlingen, zodat ze zichzelf erin herkennen.”
Janna ziet dat inclusiviteit vaak de volgende stap is wanneer een school al een stevige basis heeft. “Bij vmbo-tl-scholen die al goed op weg zijn met hun praktijkgerichte programma’s vanuit STOHA, zie je nu meer aandacht voor inclusiviteit. Als je iets hebt staan, ga je verder kijken. In een netwerk van vmbo-tl- of havo/vwo-scholen is dit een mooi onderwerp om samen aandacht aan te besteden.”

De betekenis van rolmodellen
Over rolmodellen zijn beiden positief, maar ook voorzichtig. “Rolmodellen kunnen helpen, maar soms ook averechts werken”, zegt Janna. Uit onderzoek van VHTO blijkt dat jongens een vrouw uit een typisch mannenberoep voor de klas net zo goed aannemen, terwijl veel meiden afhaken als er een man staat. Janke waarschuwt dat er soms te makkelijk over rolmodellen wordt gedaan. “Zet je er maar één of twee neer, dan kan het de verkeerde toon krijgen.”
Bij ROC Mondriaan is het Girls in Tech-ambassadeursnetwerk actief, waar meiden regelmatig samenkomen en bespreken waar ze tegenaan lopen. “We willen het uitbreiden richting het vmbo, zodat deze studenten daar met meiden in gesprek gaan”, zegt Janke. “Die hebben veel vragen, bijvoorbeeld: is het veilig? We laten ook zien dat je gewoon jezelf kunt zijn.” HA!Tech gaat daarnaast een draaiboek maken om techniekonderwijs aantrekkelijker te maken voor meiden en jongeren met een migratieachtergrond, op basis van materiaal van VHTO en toegespitst op de regio.
Geen extra last voor de docent
Het lerarentekort raakt ook techniek. Hoe voorkom je dat HA!Tech ‘nog iets extra’s’ wordt? “Wij zorgen dat onderwijsontwikkeling in het curriculum terechtkomt”, zegt Janke. “Tweedejaars vmbo-leerlingen die voor hun profielkeuze staan, maken bijvoorbeeld bij ons kennis met techniek. Dan hoeft hun eigen school dat niet te doen. We kijken steeds hoe we scholen kunnen ontlasten en hun eigen techniekonderwijs kunnen versterken, zonder dat het er bovenop komt.”
Ze beseft wel dat het in de praktijk niet altijd zo eenvoudig gaat. “Docenten ervaren enorm veel druk. Het rooster zit vol, en soms staat er maar één docent in een profiel. Tegelijk liggen er op veel scholen heel goede visies en plannen. Nu is de stap om daar samen met docenten handen en voeten aan te geven. Daarbij ondersteunen we graag.”
Voor Janna is het uitgangspunt aansluiten bij wat er al is. “Er is al heel veel aanbod. Het gaat er niet om iets nieuws te ontwikkelen. Het kan en het mag, maar het gaat erom hoe je het kunt inzetten en hoe we het met elkaar kunnen verbinden en versterken.”
Bedrijven: van gastles naar project
Ook met het bedrijfsleven is relatie opbouwen de sleutel. Haaglanden heeft geen haven of grote techbedrijven zoals ASML, legt Janna uit. “We zijn een ambtenarenstad, maar ook een stad van Vrede en Recht. Vooral op het gebied van digitale geletterdheid liggen daar mooie aanknopingspunten. We zoeken bedrijven die maatschappelijk van betekenis willen zijn. Soms begint het met een gastles en zien ze hoe leuk dat is. Door tijd te investeren in de relatie kom je dan tot een groter project.”
Het blijft een balans, benadrukt ze. “Het ene bedrijf geeft een gastles, met het andere ontwikkel je een heel praktijkgericht project. En vergeet het TechFestival niet: voor bedrijven is dat twee dagen intensief, maar ze bereiken er heel veel kinderen mee.” De vele start-ups en mkb-bedrijven in de regio, hebben voor zulke activiteiten vaak weinig tijd. “Terwijl het zo mooi is als iemand later denkt: ik heb vroeger een gastles van dat bedrijf gehad, daar wil ik werken.” Hoe scholen daarmee omgaan, verschilt. “De ene school kiest voor stages, de andere wil echt contextrijke, realistische projecten. Er is een diversiteit aan scholen in de regio, en dat is ook weer het mooie.”

Vooruitblik: verbinden en borgen
Voor dit schooljaar heeft Janna duidelijke doelen. “Ik zou het heel mooi vinden als elk deelnemend bestuur ten minste één project met Techkwadraat draait. Voor het basisonderwijs hoop ik dat de HA!Tech-route staat: een aanbod waarop scholen zich kunnen inschrijven. In het voortgezet onderwijs wil ik dat scholen elkaar makkelijker vinden en dat de meeste scholen hun techniekonderwijs in de onderbouw praktischer hebben gemaakt.”
Janke kijkt uit naar drie grote thema’s: loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB), AI en een infrastructuur met platforms waar het onderwijs samenkomt. “Als we daar drie grote coalities voor kunnen inrichten, ben ik helemaal gelukkig. Nu ligt er nog te veel los zand. De bestaande activiteiten blijven we koesteren, want die moeten straks in dat grotere plan passen.”
En als de subsidie stopt? Daarvoor maakt STO draaiboeken, zegt Janke. “Hoe zet je een doorgaande leerlijn op, hoe richt je een praktijkgericht programma in, hoe werk je samen met het mbo? Het is een stappenplan waar scholen zelf doorheen kunnen, een rode draad. Als de gelden ophouden, ligt er een draaiboek. Dat is verduurzaming.”
Kijk waar je krachten zitten
Wat willen ze leerkrachten en directeuren meegeven? “Kijk waar je krachten zitten”, zegt Janke. “Alles staat open voor iedereen, maar we begrijpen heus dat je niet overal bij kunt aanhaken. We beginnen altijd met een inspiratiesessie waar iedereen welkom is. Denk dus niet: dat is te ver van mijn bed.”
Janna sluit af: “Het is niet de vraag óf we iets moeten of willen met techniek en technologie. De vraag is: wat kunnen we met de gelden die er nu zijn gaan realiseren, hoe klein of hoe groot ook?”